Menu

Nog minder ruimte voor jonge makers?
PLAN

‘We hebben in de podiumkunsten een springplank voor jong talent. Daar dreigt de bijl in te gaan.’ – Ivo van Hove, Internationaal Theater Amsterdam

Rob Ligthert, directeur Toneelacademie Maastricht: ‘Tweedejaars maken zich zorgen of ze het redden in de beroepspraktijk. Niet omdat ze niet goed genoeg zouden zijn. Wel omdat er straks te weinig ruimte is voor het onderzoeken van nieuwe ideëen, genres en thema’s.’ Laat mij nog maar een jaar langer studeren, hoort hij nu al.’

‘Theatermaker Jetse Batelaan (42), die zeventien jaar geleden als onervaren regisseur begon bij Gasthuis, de voorloper van Frascati Producties, en nu internationaal bejubeld wordt om zijn lef en originaliteit, vreest dat een hele generatie ertussenuit valt en vernieuwing in de kunsten daardoor stagneert, ondanks de goede bedoelingen van de minister.’

Lees hier een belangrijk artikel van de Volkskrant over hoe – onbedoeld en ongewild – twee succesvolle talentontwikkelaars vanaf 2021 hun werk niet meer kunnen doen. Door de teruglopende budgetten voor Frascati Amsterdam en PLAN Talentontwikkeling Brabant krijgen jonge makers (toch al ernstig getroffen door de COVID-19-crisis) nóg minder ruimte de komende jaren. Wij hopen voor de nieuwe generatie makers mee op een creatieve oplossing van de minister.

Foto: Jetse Batelaan, artistiek leider Theater Artemis, 1 van de PLAN-partners, copyright Phile Deprez.


Ontmoet de makers

United Cowboys lanceert nieuw concept: 1ON1 – Artist Proof
PLAN

1ON1 Artist Proof is een nieuw concept van United Cowboys, waarin de uitwisseling tussen kunstenaars wordt uitgedaagd en publiek wordt uitgenodigd daarvan getuige te zijn. Een artistiek dialoog, begeleid en aangejaagd door United Cowboys; een onderzoek, afgerond met een presentatie voor zowel geïnteresseerd als ervaren publiek.

Een ARTIST PROOF in tijden van verandering.
United Cowboys nodigt per 1ON1 twee kunstenaars uit – 1 lokale en 1 internationale – om gedurende 1 week in het Art House – verder – te werken aan artistieke uitdagingen. Uiteindelijk ontmoeten de kunstenaars elkaars werk en proces in een open, directe dialoog in bijzijn van publiek.
1ON1 wordt gelanceerd tijdens de Dutch Design Week in oktober. Voor deze gelegenheid wordt een designer uitgenodigd een frame voor deze discussies te ontwerpen. United Cowboys stimuleert hiermee een transdisciplinaire benadering en voedingsbodem voor onderzoek.

De eerste 1ON1’s vinden plaats in de periode 17 oktober / 28 november. Exacte data en tijden n.t.b.
Eerste 1ON1 wordt gelanceerd in samenwerking met- en tijdens de Dutch Design Week Eindhoven 2020.

Geïnteresseerd om te participeren? kijk op: https://mailchi.mp/4db526bf1535/newsletter_test-4804454
Geïnteresseerd om aanwezig te zijn als publiek: www.unitedcowboys.net / info@united-c.nl


Ontmoet de makers

PLANmaker Bram van Helden beantwoordt al onze vragen
PLAN

Nét voor de première van I open at the close, 11 juli in De Nieuwe Vorst in Tilburg, vond Bram van Helden nog tijd om als gastredacteur van onze nieuwsbrief antwoord te geven op al onze vragen. Bram wordt ondersteund door PLAN sinds 2019. Kenmerkend voor zijn werk is dat niet de mens maar een object of fenomeen centraal staat. Daarnaast geeft hij  steeds een andere vorm aan zijn werk. Hij wisselt tussen het maken van theater, performances, installaties en exposities.

Zeg Bram, ben jij misschien een aanhanger van Shinto, het Japanse geloof dat dat alles een ziel heeft?
“Binnen het kader van de kunst vind ik het idee van Kami (een geestelijke verschijning die een is met zijn omgeving) erg mooi. Het idee nodigt me uit om invoelend waar te nemen. In plaats van een object op het eerste oog meteen in een hokje te plaatsen, vind ik het waardevol om een object ten volle waar te nemen, zodat er een ander waarde kan ontstaan. Er is meer dan je in eerste instantie ziet. Dat meer is voor mij persoonlijk heel aards, maar brengt ons bij een groot verhaal over ons bestaan.
Ik ervaar dat de plant in de hoek van de kamer stilstaat, maar er bewegen (nu) ontelbare atomen, ontelbare cellen zijn als machine-kamers aan het werk om de plant hortend en stotend te laten groeien, op zoek naar zonlicht. Wanneer dat gevonden zonlicht afneemt, treed er een mechaniek in werking die de bladeren sluit (of opent). De lucht rondom de plant begint te trillen, waarop die luchttrilling als golven uitwaaieren en mijn trommelvlies specifiek laat bewegen. Die beweging wordt omgezet in een stroomstootje richting mijn hersenen en ik kijk op van mijn boek omdat ik denk dat ik de plant in de kamer hoor bewegen.
Bijvoorbeeld.
Ik kom steeds opnieuw op deze verwondering uit als de basis waarvan ik theater of ander werk maak. Kami interpreteer ik als het gegeven dat iets bestaat, op de zelfde manier als wij als mens bestaan. In de stoffelijke essentie zijn er veel overeenkomsten. Door op deze manier over dingen na te denken (en deze zo te ervaren), verandert de hiërarchie tussen ons als mens en de wereld waartussen wij leven. Die verandering vind ik gezond omdat het ons even uit het centrum van de aandacht haalt. Je zou kunnen zeggen dat ik met regelmaat Kami verbeeld in mijn werk om deze ervaring
op te roepen.
In het dagelijks leven hang ik geen geloof aan.”

Hoe of waar is jouw fascinatie voor objecten en dan met name objecten/materiaal dat we dagelijks gebruiken ontstaan?
“Het grote verhaal in het schijnbaar gewone.
Ik vind bijvoorbeeld dekzeil een ultiem gebruiksvoorwerp. Het is totaal dienend. We gebruiken dekzeil enkel wanneer we met onze gedachte bij iets van grotere waarde zijn. Zonder verdere aandacht proppen we het in de garagekast. Maar het dekzeil lacht als laatst wanneer de mens uitgestorven is, en voor miljoenen
(miljarden) jaren in het zonnetje ligt, vertrouwend op zijn onbreekbare plasticmoleculen. Met een dekzeil sta je als het ware in contact met een niet voor te stellen toekomst. De relatie tussen het dagelijkse en het fundamentele vind ik spannend.”


Bekijk Life is just a little plastic now -Green fast forward

Gaan wij (Westerse) mensen naar jouw idee te liefdeloos om met onze spullen? Zouden we meer moeten stilstaan bij ons gebruik ervan en zo ja waarom volgens jou?
“Al die voorwerpen bieden in ieder geval heel veel kansen om op allerlei lagen waar te nemen en ons daarover te verwonderen. Verwonderen is een hele liefdevolle staat van zijn.”

In Niets krijgt ruimte, dat vanwege corona niet in première ging op Cement, gaf je ruimte aan niets. In I open at the close zoom je deze zomer in De Nieuwe Vorst in op een theaterzaal waarin vanwege corona niets gebeurt. Waarom ben je zo geïnteresseerd in niets?
“Ik heb mijn hele leven al een moeizame relatie gehad met ‘iets moeten’. Eerlijk: ik onttrek me het liefst aan alles. Tegelijkertijd is er ooit, toen ik even niet oplette, een calvinist in mij gereïncarneerd “Hard werken is een deugd en plezier maken tijdverspilling”. Die twee eigenschappen maken dat ik soms even wil verdwijnen. Dan wel in mijn hoofd, dan wel op vakantie. Even niets. De kunst die ik maak zijn voor mij ook een soort verdwijn- of droommomenten, even naar een andere
werkelijkheid zonder je zelfbewustzijn te verliezen. Wanneer je in de kunst ‘niets’ toevoegt komt er aandacht op wat er wel is. Ooit zat ik in het minimalistische IJslandse landschap, tussen grasheuvels, aan een windstil meer. De golvende heuvels zorgde voor een bizarre geluidsdemping. Met de drukkende stilte was het alsof de tijd wegviel. Ik heb me nog nooit zo levend en vergankelijk gevoeld.

De vorige gastredacteur maker Marijn Graven stelde als doorgeefvraag de volgende aan jou, Bram: Wat is het ultieme Niets voor jou?
“Het ultieme niets heeft een ontwrichtend karakter, ik kan me dat maar moeilijk voorstellen. Ik heb ooit aan een blinde man gevraagd, hoe blind zijn eruit ziet (zwart? Ruis? …?). “Ik zie niets” zei hij. “…” “Ik zie even veel als dat jij met je elleboog ziet”. Wanneer ik me dat probeer in te beelden (in te voelen), voel ik mijn lichaam protesteren. Ik krijg het niet voor elkaar en raak uit balans. Het is een seconde waarop ik mezelf op een elementaire manier gewaar word, tegenover een enorme werkelijkheid. Ontwrichtend, relativerend en wonderlijk.”

Elk seizoen brengt PLAN een nieuwsbrief uit.
Ontvang je deze nog niet? Inschrijven doe je hier.


Ontmoet de makers

Recensie LO LIE TAA – Marijn Graven
PLAN

Op 23 maart bezocht Eva van der Weerd voor Theaterkrant op Festival Cement de voorstelling LO LIE TAA van Marijn Graven. Lees hieronder de recensie.

‘How did they ever make a movie of Lolita?’, staat op de affiches van de film die gebaseerd is op het gelijknamige boek van Vladimir Nabokov. Hoe vertaal je zoiets naar beeld? Toch is Lolita al de inspiratie geweest voor veel theatervoorstellingen. Onlangs werd het gespeeld door Mooi Weer & Zo, en De fuut van Bastiaan Vandendriessche, een van de Fringe-winnaars van 2017, werd omschreven als moderne Lolita. Marijn Graven draait in LO LIE TAA de rollen om: in dit geval is Lolita is een jongen, die we volgen van zijn negende tot zijn veertiende. Hij heeft een sterk verlangen om aangeraakt te worden, ook al begrijpt hij het nog niet.


Foto: Maartje Prins

Benno Veenstra speelt een jongen uit een plattelandsdorp. Er is een winkelcentrum en een bioscoop, maar verder niet veel. Het ontluikende seksuele verlangen van de jongen overvalt hem wanneer hij negen is. Hij laat zich meeslepen en al snel wordt het een obsessie. Eerst ontdekt hij zijn eigen lichaam, dan dat van anderen, steeds van een beetje dichterbij. Hij gluurt naar zijn moeder door het sleutelgat en sluipt ’s nachts naar de woonkamer om porno te kijken. De mooie tekst van Nunzio Caponio beschrijft vol levendigheid hoe spannend die momenten zijn voor een pre-puber. Hoe hij precies op de juiste manier op de aan/uit-knop van de televisie moet drukken zodat zijn ouders het niet horen. Veenstra gaat helemaal op in het personage en neemt het publiek moeiteloos mee.

De honger naar aanraking wordt steeds groter. Wanneer het hem niet lukt om een vriendinnetje te krijgen, zoekt hij verder. Hij komt uit bij de mannen uit het dorp die geld betalen aan jonge jongens in ruil voor seksuele handelingen. Zijn eerste seksuele ervaringen spelen zich af in treintoiletten en geheime plekken in de duinen. Veenstra kijkt het publiek aan, dat op banken aan de zijkant van het speelvlak zit. Met kleine interacties en blikwisselingen maakt hij ons medeplichtig. Hij slaagt erin om de toeschouwers mee te laten voelen met de jongen: ongemakkelijk, vies, geïntrigeerd, schuldig.

Hij draagt een witte, katoenen overhemd dat doorloopt in een lange sleep. Het is een laken, waaronder hij zich kan verstoppen, wat hij ongemakkelijk met zich mee kan slepen. Wanneer hij zich zelfverzekerd voelt, is het een cape of toga (hij gebruikt Ovidius’ Ars Amatoria als handboek voor het versieren van meisjes). De soundscape echoot klanken uit de tekst. Aan het einde van de voorstelling horen we ‘Lo, lie, taa’ en hangt er een schommel op het toneel. Veenstra lijkt nog steeds hetzelfde jongetje, maar hij vertelt dat zijn ‘geheime ik’ er niet meer is. Seks is eindelijk geen verboden vrucht meer. Wat er overblijft is leegte. Dat is een sterk einde. Zo is LO LIE TAA een voorstelling die een mooie balans vindt waarin de seksuele belevingswereld van een kind wel serieus genomen wordt, maar misbruik geenszins wordt verheerlijkt.


Ontmoet de makers

Recensie Show Me – The100Hands
PLAN

Op 9 augustus bezocht Eva van der Weerd voor Theaterkrant op Theaterfestival Boulevard de voorstelling Show Me van The100Hands. Lees hieronder de recensie.

‘Wie dacht dat dit een echte dansvoorstelling zou worden?’ Er gaan wat handen omhoog. Speciaal voor die mensen zullen de drie danseressen van The100Hands wel even een stukje doen. Alle toeschouwers, die eerst door de ruimte verspreid stonden en contact met elkaar maakten, gaan nu als vanzelf zitten en kijken naar de drie dansers. Hoewel zij letterlijk en figuurlijk in het middelpunt staan, zijn ze onaantastbaar. In Show Me laten de dansers zien dat kwetsbaarheid en intimiteit hand in hand gaan.

Steeds zoeken de dansers nieuwe verhoudingen op tussen de lichamen (van henzelf en het publiek) en de ruimte. We staan verspreid door een enorme hal in de kunstacademie waar met muren op wieltjes een kleinere ruimte in is gecreëerd. Nadat we allemaal akkoord zijn gegaan met de terms & conditions van de performance, mogen we ons verhouden tot de ruimte. Waar zouden we staan als dit een station was waar alle treinen vertraagd waren? Waar zouden we staan als dit een feestje was, aan het begin van de avond?


Foto: William van der Voort

Er zit een slimme opbouw in de voorstelling: nadat iedereen individueel de ruimte onderzocht heeft, wordt het eerste menselijke contact gelegd. Stapje voor stapje. Je hoeft er alleen maar naar elkaar te kijken. Eerst is er alleen oogcontact met iemand in de ruimte, dan steeds minder fysieke afstand. Vervolgens wordt de stap gemaakt naar interpretatie: op basis van het uiterlijk van één van de dansers, krijgt het publiek vragen over haar identiteit. Hoe heet ze, waar komt ze vandaan, wat is haar seksuele oriëntatie? De daadwerkelijke identiteit van Mojra Vogelnik Škerlj doet er niet meer toe, de rest van de avond is zij Jeanine uit Spanje omdat het publiek haar zo heeft gedoopt.

Show Me is een spannend spel waarin de verhoudingen steeds veranderen. Wanneer het publiek de identiteit van een dansers bepaalt, of de toeschouwers hen mogen modelleren in een pose die zij interessant vinden, geven ze zich helemaal over. Maar de toeschouwers doen steeds wat de dansers van ze vragen, zelfs als iemand wordt gevraagd haar broekriem los te maken. Bovendien wordt er steeds gefilmd, afwisselend lopen de dansers rond met een telefoon met camera. De beelden worden geprojecteerd op de muur. De camera is als een derde partij in de ruimte, die je nog bewuster maakt van het feit dat je altijd bekeken kunt worden. Het is een sterke keuze, waar nog meer mee geëxperimenteerd had mogen worden.

Het wordt nog spannender als de toeschouwers tweetallen vormen en de één toestemming krijgt om het lichaam van de ander helemaal te bekijken, terwijl de ander stilstaat. Eerder maakten de dansers selfies voor hun geliefden, en hoewel deze intiem waren, waren ze compleet berekend: ieder stukje huid kwam bewust op de foto. Als toeschouwer kun je weliswaar je kleding aanhouden, maar je moet jezelf volledig overgeven aan de blik van een vreemde. De veilige omgeving van een performance zorgt ervoor dat je je bewust wordt van je grenzen en ermee kunt spelen. Het is een interessant onderzoek dat voor iedereen andere emoties op zal roepen.

De verwijzing naar de selfiecultuur is duidelijk: wat laten we in het dagelijks leven van ons lichaam zien aan de buitenwereld? Maar Show Me stijgt ver boven een discussie over sociale media, privacy en naaktfoto’s uit. Choreograaf Jasper Džuki Jelen onderzoekt de kwetsbaarheid die vanzelf komt kijken bij het hebben van een lichaam. Hij en de dansers herinneren je eraan dat er oneindig veel gradaties zijn in jezelf laten zien, in contact maken met een ander, in hoe je wilt dat je lichaam gezien wordt.

De voorstelling eindigt in een ontroerende scène waarin Mojra Vogelnik-Škerlj in ultieme kwetsbaarheid op tafel ligt, terwijl de andere twee dansers een presentatie geven over haar lichaam alsof het een landschap is. Elke moedervlek staat voor een dorpje, haar ruggengraat is een bergketen en haar buik een woestijnvlakte. Elk detail van haar lichaam wordt onder de loep gelegd, ze heeft zelf geen controle meer. Zo laten de dansers zien hoe ongelofelijk mooi die echte kwetsbaarheid kan zijn, als je je durft over te geven.


Ontmoet de makers

Afstudeerproductie Marijn Graven wint André Veltkamp Beurs
PLAN

De André Veltkamp Beurs is dit jaar toegekend aan De Louteringsberg, de afstudeervoorstelling uit 2017 van Marijn Graven, Maartje Prins, Karlijn Hemmer en George Dhauw. De beurs werd uitgereikt door Charlotte Lap, theatermaker en de weduwe van voormalig directeur André Veltkamp.

De André Veltkamp Beurs is bestemd voor een afstudeerproductie die uitblinkt door betrokkenheid bij de samenleving van vandaag. Er wordt gekeken naar het makerschap, eigenheid, gedrevenheid en oorspronkelijkheid. Het bijbehorende bedrag van € 1000,- kan ingezet worden om deze voorstelling een tweede leven geven, een leven ná de Academie. De jury schreef over de voorstelling De Louteringsberg: “Inhoudelijk zetten de makers in De Louteringsberg alles op scherp. Vorm en inhoud worden via wezenlijke vragen over de menselijke conditie en via een uiterst heldere, pure en rituele setting in een ideaal huwelijk samengebracht. De toeschouwer wordt op een ongedwongen en aangenaam geleide manier tot nadenken gebracht over de meest ultieme vraag waarbij de mens op zichzelf terug geworpen wordt: Hoe wil ik omgaan met de dood?” Lees hier het volledige juryrapport.


Ontmoet de makers
Francesca Lazzeri / Wild Vlees
Meer weten over Francesca Lazzeri / Wild Vlees?

PLANmaker Hendrik Kegels: ‘Als we ons leven lang blijven spelen, worden veel dingen draaglijker’

21 november 2022

Op 19 november ging NIETES in première, een voorstelling van PLANmaker Hendrik Kegels. Hendrik werkt onder PLAN met zijn vaste partner in crime, Sonja van..

Lees verder..

Binnenkort

Nina Bobo: Joop

Koen Verheijden

Makershuis Tilburg – Winter Makers Sessies

Makershuis Tilburg – Prejavu

Circumstances – EXIT

Piet Van Dycke
Krokusfestival
Hasselt (BE)
Bekijk de hele agenda

Broedplaatsen

In de broedplaatsen kunnen makers hun eerste stappen zetten en zichtbaar maken. Tegelijkertijd is het een kennismaking tussen een maker en partner(s), op basis waarvan een lange(re) samenwerking tot stand kan komen. Er zijn broedplaatsen in Breda, Tilburg, ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven.

Partners

In PLAN werken de volgende producenten, podia én festivals samen: Festival Cement, Theaterfestival Boulevard, DansBrabant, Het Zuidelijk Toneel, Festival Circolo, De Nieuwe Vorst, Podium Bloos, Parktheater Eindhoven, United Cowboys, Theater Artemis en de Verkadefabriek. Lees hieronder meer over de werking van elke partner of klik door naar ieders website.